Woensdag vond de wekelijkse corporate lunch plaats. Dit keer was er een duo-presentatie van een counsel van corporate en een partner van banking. Het onderwerp betrof de invloed van de huidige mondiale kredietcrisis op het overnameproces; hoe gaan banken en bedrijven om met het gebrek aan vertrouwen in de geldmarkt en wat is het gevolg voor ‘onze’ praktijk? Het antwoord op de eerste vraag is kort gezegd: de banken zijn het vertrouwen in elkaar kwijt wat zijn weerslag heeft op de tussen hen geldende tarieven en capaciteit om geld uit te lenen. Bedrijven, die een ander bedrijf willen overnemen willen overnemen, hebben hierdoor minder toegang tot een belangrijke bron van financiering; vreemd vermogen.
Met name private equity huizen hebben het moeilijk omdat zij eigenlijk altijd een deel van de koopprijs bij banken lenen (debt), naast het geld dat zij zelf investeren (equity). De bedrijven die overnames niet puur uit eigen kas kunnen financieren hebben door de kredietcrisis minder mogelijkheid om geld te lenen voor nieuwe acquisities, bovendien is het geld dat ze kunnen lenen duurder (hogere rentes) en stellen banken strengere voorwaarden. Daarnaast zou het best eens lastig kunnen zijn voor bedrijven die bestaande leningen moeten herfinancieren (d.w.z. vervangen door nieuwe leningen; soms bij dezelfde bank als waar ze nu al lenen, maar soms ook bij een andere bank) om die nieuwe lening te krijgen. Zelfs als dat lukt, dan zullen de rentelasten een stuk hoger zijn dan de rente die ze nu moeten betalen.
Een advocaat van een bank of bedrijf was, en is nog steeds, bij alle stappen van het overnameproces betrokken. Er ligt nu misschien wel meer nadruk op het werk van de advocaat omdat er meer aandacht is voor de precieze bepalingen van de overnameovereenkomst (purchase agreement) en de leningsovereenkomst met de bank (facility agreement) en voor het due diligence traject. Kortom, door de kredietcrisis wordt het werk van een advocaat er gecompliceerder, maar zeer zeker ook interessanter en uitdagender op!